reading room  the long winters library & archive

finished the third page, time for a break

interviews and features


The Long Winters

Oor, #18, 6 September 2003, by René Megens

The Long Winters is de band van John Roderick. In ons land tot voor kort een muzikale nobody, in zijn woonplaats Seattle is hij op het podium een graag gezien gast. Dat leverde hem een keur aan muzikale vrienden op. Die zijn te horen op de twee albums van The Long Winters. De laatste verscheen deze zomer. Ter promotie van When I Pretend To Fall was Roderick (34) onlangs in Nederland. Niet met zijn gehele band, maar met zanger Sean Nelson. Met hem zat Roderick drie jaar terug een tijd in de in Europa helaas nooit doorgebroken indieband Harvey Danger (klasbakplaat: Where Have All The Merrymakes Gone? uit 1997). Tijdens dat toertje van The Long Winters was de band gereduceerd tot een duo. Jammer, want op die manier kwamen de liedjes van het laatste album, die vaak profiteren van de fraaie arrangementen, niet optimaal uit de verf. Het duo (dubbele zang, een elektrische gitaar) ontpopte zich als een ongewassen mix van Simon & Garfunkel en een jonge Billy Bragg. Op de laatste plaat klinken The Long Winters onder meer als dB's, Bob Dylan, Van Dyke Parks en Sebadoh. In het najaar komt The Long Winters, vier man sterk, terug naar Nederland voor een echte tournee. Diversiteit viert hoogtij op When I Pretend To Fall, een prima album. Roderick ziet het graag ruim. Ook in het leven van alledag. Amsterdam, de Amerikaan komt er graag, is een stad naar zijn hart; knus en intiem. Je komt er allerlei soorten mensen tegen op straat. Dat is in Seattle wel even anders. Daar regeert de auto. Amsterdam en de andere steden in Europa bestonden al toen de auto zijn intrede deed. Door de andere stadsopzet kom je er een mengeling tegen van jonge en oude mensen, van cultureel heel verschillende types. Hoe verschillender de mensen zijn, hoe liever, aldus Roderick. Wat zijn muziek betreft: naarmate hij ouder werd zag hij de betrekkelijkheid van een trend in. Daarom hoeft hij nu niet te klinken als The Strokes of welke andere hippe groep dan ook. Het liedje met onbeperkte houdbaarheidsdatum. Daar het het hem om. En dan maakt het niet uit of je een countrynummer of een door Motown geïnspireerde song opneemt. De arrangementen zijn heel belangrijk. Hij werkt graag met strijkers. Weinig geeft je zo'n voldaan gevoel als in een studio zitten en violen horen aanzwellen. Zelf muziek maken is voor hem het summum. En dan is het een beetje vreemd dat Roderick pas op 32-jarige leeftijd met zijn eerste volledige album komt: The Worst You Can Do Is Harm van The Long Winters. Als jochie dacht Roderick dat ie van alles kon worden, astronaut, president van Amerika. Toen hij er op 24-jarige leeftijd achter kwam dat hij nog helemaal niets kon, duurde het lang voordat hij voldoende zelfvertrouwen had om iets echt af te maken. Voor de tweede plaat kreeg Roderick hulp van enkele gerenommeerde gasten. Het is voor Roderick niet moeilijk om te werken met musici als Jon Auer, Ken Stringfellow (beiden ex-Posies) en Peter Buck (R.E.M.): het zijn z'n vrienden. Buck is natuurlijk een geval apart. Op zijn twintigste was Buck al beroemd, stelt Roderick, en hij heeft inmiddels zo'n honderd miljoen dollar verdiend. Dat maakt hem anders, je weet soms niet wat je tegen hem moet zeggen. Maar Buck is een groot muziekliefhebber, komt altijd naar jonge bands kijken. En speelt gratis mee met Roderick. Zoals iedere participant zijn muzikale kwaliteiten kosteloos ter beschikking stelde voor de beide albums van The Long Winters. Mooi toch of niet dan?


back to top